Het Milano Speed Skating Stadium vormde maandagavond het decor voor een historisch Nederlands onderonsje. De druk op de schouders van Jutta Leerdam was voorafgaand aan de 1.000 meter gigantisch; als dé grote titelfavoriet werd er niets minder dan goud van haar verwacht. Die druk nam alleen maar toe toen haar landgenote Femke Kok twee ritten vóór haar een fenomenale tijd van 1.12,59 op het bord zette—sneller dan Leerdam onlangs nog in Inzell had gereden.
De Race tegen de Pijn
Leerdam startte in de allerlaatste rit, wetende dat ze tot het uiterste moest gaan om het goud op te eisen. Ze bleef koelbloedig. Met een indrukwekkende krachtexplosie reed ze naar een tijd van 1.12,31: een nieuw olympisch record. Hiermee verwees ze Kok naar het zilver en de Japanse Miho Takagi naar het brons.
“Toen ik de tijd van Femke zag, dacht ik wel even: het is echt super knap, super hard,” bekende Leerdam na afloop voor de camera van de NOS. Haar mindset was echter onverwoestbaar: “Ik dacht: ik ga ervoor. Als ik pijn voel, ik heb nog tachtig jaar om hiervan te herstellen. Dus gewoon niet aan denken en doorrammen tot die finish.”
Een Droom in Vervulling
Met deze overwinning bezorgt de schaatsster uit ’s-Gravenzande Nederland de allereerste medaille van dit toernooi. Voor Leerdam zelf is de cirkel rond; ze sprak na afloop geëmotioneerd over een “droom die werkelijkheid wordt”. De koningin van de 1.000 meter heeft haar troon definitief bestegen.
Foto : Ende Media

