In het hoger beroep rond de geruchtmakende moord op de 30-jarige Onno Kuut in 2009, heeft het Openbaar Ministerie (OM) forse straffen geëist. Tegen de Rotterdamse broers C.P. en B.P. werd respectievelijk 10 jaar en 3 maanden en 9 jaar en 7 maanden gevangenisstraf geëist. Volgens het OM is een straf van 27 jaar passend voor de gruwelijke daad, maar door eerdere veroordelingen van de broers is de eis nu lager.
Onno Kuut uit Enschede werd in maart 2009 dood aangetroffen in de duinen bij Hoek van Holland. Hij was gemarteld en op gruwelijke wijze om het leven gebracht door messteken in zijn nek en hals. Opvallend is dat de vijf mannen – het slachtoffer en de vier verdachten – bevriend waren en een identieke rugtatoeage deelden.
In 2020 sprak de rechtbank de vier verdachten nog vrij van betrokkenheid, ondanks een eis van vier keer levenslang. Het OM ging in hoger beroep na nieuw onderzoek. Cruciaal bewijs vormt nu een afgeluisterd gesprek waarin B.P. vertelt over het begraven van het lichaam, en getuigenissen van vrienden die stellen dat C.P. bekentenissen heeft afgelegd over zijn betrokkenheid.
Voor de andere twee verdachten, E.S. en J.S. uit Leerdam, vraagt het OM nu echter vrijspraak. Hoewel zij mogelijk op de hoogte waren van de plannen, ziet het OM onvoldoende bewijs voor directe betrokkenheid bij de moord zelf.






Geef een reactie